Sikhs In nederland

     sikhs.nl                                                                                                                                                                                                                      home | contact us | site map  

Luistert allen naar de eeuwige waarheid; degene die lief heeft zal God verkrijgen. -Guru Gobind Singh  

Sham Singh Attari Ji

Hij is groot die liever in stukken wordt gehakt dan het slagveld te verlaten
-  Goeroe Granth Sahib, Bhagat Kabir, Ang 1105
 

Al vanuit de vroege historie van Punjab is bekend dat een echte patriot zijn leven graag en vrijwillig geeft voor zijn land. Zo iemand was Sardar Sham Singh Attari, een van de groten van India die zonder oog voor wereldse geneugten en persoonlijke comfort, alles wat hij bezat opgaf voor de onafhankelijkheid van Punjab. Hij was liever dood dan slaaf en hij gaf het voorbeeld aan zijn landgenoten dat niets zo dierbaar is als onafhankelijkheid en vrij zijn van het juk opgelegd door buitenlanders. Hij legde getuigenis af bij de spreuk van bhagat Kabir ji dat Hij is groot die liever in stukken wordt gehakt dan het slagveld te verlaten.

Sham Singhs vader Sardar Nihal Singh was erg loyaal aan zijn heer Maharadja Ranjit Singh. Nihal Singhs zoon Sham Singh was al op vroege leeftijd opgevallen bij Ranjit Singh door zijn flitsende, krachtige en krijgshaftige voorkomen. Hij werd al snel geroemd om zijn eerste veldtocht waar hij, bij de belegering van Multan in 1818, als commandant van een batterij kanonnen, ondanks verwondingen, als eerste de breuk in het fort bestormde en het innam. Vervolgens diende hij met aanzien in vele andere veldtochten in het Noorden en verdiende al snel dezelfde grootse status voor zijn heldhaftige optreden als zijn beroemde vader.

In de afwezigheid van een ferme hand, na de dood van Maharadja Ranjit Singh, kwam er verval in het Koninkrijk Punjab die welbekend is bij studenten van de sikh geschiedenis. De intriges van zelfzuchtige en verraderlijke Dogras aan het hof vond Sham Singh zo walgelijk dat hij zich terug trok  van het hof en in Attari ging wonen om de laatste dagen van zijn leven biddend en mediterend door te brengen. De intriges aan het Lahore Moghul hof (Durbar) resulteerde in een plan om het machtige Khalsa Leger in te zetten tegen de Britten. Sham Singh werd voor advies door Maharani Jindan bij zich geroepen. Hij protesteerde hevig tegen deze dwaze onderneming maar kreeg geen gehoor.

Historici zijn van mening dat de slag bij Sabraon van de Eerste Anglo-Sikh Oorlog (1846), waarbij Sham Singh in bevel was van troepen, nooit verloren had moeten worden. Het moraal van de krijgers was hoog, sommigen waren doorgewinterde veteranen van menige veldtocht en werden geleid door toegewijde soldaten. Maar dat was echter niet de intentie van de verraders van de Durbar, die al het mogelijke deden om hen te onthouden van munitie en alle andere hulp.

De nacht voor de veldslag had het zwaar geregend en de rivier Sutlej was overstroomd. Tej Singh, een verrader en notabele aan het hof,  kwam ’s nachts naar Sham Singhs kamp en probeerde hem ervan te overtuigen zich terug te trekken zolang de brug nog intact was. Sham Singh was woest. Tej Singh hoonde hem door te zeggen dat, als hij zichzelf zo moedig en rechtschapen vond, hij dan niet zou zweren door te vechten tot aan het eind. Sham Singh boog naar Guru Granth Sahib ji en terwijl hij ervoor stond deed hij in alle nederigheid de belofte dat hij zegevierend terug zou keren of zou sterven. Echter… Lal Singh en Tej Singh hadden aan de Britten reeds hun wapen opstelling, posities etc. doorgegeven.

Toen het licht werd, maakten de troepen zich op voor de aanval. Sham Singh ji, Ranjodh Singh Majithia en Ajit Singh Ladwa bundelde hun krachten en besloten samen op te rukken.

Sham Singh, lang en fraai met een golvende grijze baard, een gewaad van saffraan, het kleed van een shahid, besteeg zijn wit strijdros. In zijn rechterhand zijn zwaard getrokken en “Sat-Siri-Akal” (God is de opperste waarheid) roepend, ging hij op de vijand af, met zijn gevolg op zijn hielen. Heel even waren de Britse troepen verbijsterd, doordat ze nog nooit zoiets als dit gezien hadden. Snel herstelden ze zich en er brandde een intens vuurgevecht los. Sham Singhs mannen vielen en al snel was slechts een handvol over. De oude Sirdar viel als laatste. Bij het schouwen van zijn lichaam was te zien dat zeven kogels zijn borst doorboord hadden. Zijn moed inspireerde de Sikhs om volhardend te zijn, maar hun kansen waren gering. Sham Singh viel vechtend in het voorste gelid, net als zijn onverschrokken kameraden. De slag bij Sabraon was verloren maar uit respect voor de dappere tegenstander stopten de Britten met vuren en lieten Sham Singhs mannen zijn lichaam wegvoeren.

Cunningham, die aanwezig was als speciale aid-de-camp van de gouverneur-generaal, beschreef de laatste scenes van de strijd levendig in zijn boek 'History of the Sikhs': “.....alhoewel ze door beide kanten werden aangevallen door paarden eskadrons en infanterie bataljons, gaf geen enkele Sikh zich over en geen enkele volgeling van Goeroe Gobind Singh vroeg om genade. Ze stonden overal op tegen de vijand en trokken langzaam en nors op, terwijl velen de dood tegemoet renden door te strijden tegen een massa. De overwinnaars keken met onaandoenlijke verwondering aan tegen de ontembare moed van de overwonnen strijders…”

De moedige Punjabis

Generaal Thakwell, die zijn dragonders persoonlijk de strijd in had geholpen, schreef in 'The Second Sikh War' (1851):

Het zijn de Sikhs die moedig hebben gevochten, alhoewel verslagen en gebroken, vluchtten ze nooit, maar hebben met hun kromzwaard (talwar) gevochten tot het laatste moment en ik heb zelf diverse heldhaftige daden gezien van hun Sirdars en manschappen”.

Henry Hardinge, gouverneur-generaal van India, die net als Hugh Gough van adel was, had de slag gezien. Arthur Hardinge, zoon van de gouverneur-generaal, schreef:

“Slechts een paar ontsnapten; maar niemand gaf zich over. De Sikhs ontmoetten hun noodlot met de overgave die hun volk kenmerkt.”

Hugh Gough, de Britse commandant, kon zijn bewondering voor de moed en vastberadenheid van de Sikhs niet onderdrukken en prees de Punjabi's: “Het beleid voorkwam dat ik publiekelijk mijn gevoelens kon uiten over de schitterende dapperheid van de gevallen vijand en ik verklaar dat, ware het niet de overtuiging dat het offer ten goede van mijn land kwam, dan had ik gehuild bij het aanzien van de vreselijke moord op zo’n toegewijde verzameling mannen.”

Shah Mohammed vereeuwigde de heldhaftige slag van de manschappen van Sham Singh Attariwala bij Sabraon als volgt:

“Ze knepen het bloed uit de blanken;
Zoals men het sap uit een limoen kneep;
Als Ranjit Singh er was geweest;
Zou hij zo trots zijn te zien;
Hoe de Khalsa hun zwaarden hanteerden;”;
 
Over het droevige resultaat van de veldtocht, schreef hij;
 
“Oh Shah Mohammad, zonder Ranjit Singh, zo was onze staat
We wonnen de veldslagen, maar verloren het gevecht.”
 
De verraders van de Khalsa werden niet alleen door de Britten en de Khalsa opgemerkt, maar ook vereeuwigd in een vers waarin hun namen bespot werden:
 
“Lallu dee Lallee gaee, Teju da gia tej, Ran vich pith dikhaike modha aie pher."
“Lallu verloor zijn schaamte, Teju zijn glans,
door het slagveld hun rug toe te keren, keerden ze het tij en de overwinning”.

Merk het waarheidsgetrouwe commentaar van de Britten over de moed van de Khalsa troepen in nood op. En de waarheidsgetrouwe commentaren van de islamitische historici. Zelfs de vijand kon niet langs de zijlijn staan en bewondering voor de Khalsa spirit ontkennen… 

 
  Vertaald door : Sabine Chrispijn
See Also :   Jassa Singh Ahluwalia
              -  Beroemd Sikhs : Maharaja Ranjit Singh
              -  Geweld in het Sikh Perspectief
 
 
     

Previous

Main Index

Next

All rights reserved (c) www.sikhs.nl